Historie

De geschiedenis van Moscowa gaat terug naar 1873. Arnhem besloot om buiten de stadsgrenzen een nieuw grafveld in te richten. In 1876 vond de eerste begrafenis plaats. Moscowa werd vernoemd naar een nabij gelegen hofstede, die Jacob Carel Jan baron van Heeckeren van Enghuizen in 1847 liet bouwen. Deze edelman-militair had de gewoonte zijn boerderijen te vernoemen naar veldtochten die hij in Franse dienst had meegemaakt.  

Op de begraafplaats stond vroeger een lokaal voor schijndoden. Gevoed door gruwelijke verhalen was men als de dood levenden te begraven. Na het overlijden hield men bij de dode een spiegeltje of een veertje voor de mond. Besloeg het spiegeltje niet of bewoog het veertje niet, dan was de dood ingetreden en kon men veilig begraven. Een ingenieus alarmbellensysteem in het schijndodenhuis bood overledenen een laatste kans de grafdelvers erop te wijzen dat ze te vroeg waren.

Op Moscowa bevinden zich circa twintigduizend graven, waar tussen de veertig en vijftigduizend mensen begraven zijn. Onder hen diverse Arnhemse hoogwaardigheidsbekleders, maar ook de Arnhemse luchtvaartpioniers Van Maasdijk (1910) en Spandaw (1914), de detaillist F. Mahler (van fa. Mahler, textiel, stoffen, lingerie e.d.), tabaksfabrikant Theodorus Niemeyer, Dirk Troelstra (de jongere broer van Pieter Jelles) en Josef Weiss, de Zwitserse muzikant die als Tata Mirando met het gelijknamige zigeunerorkest furore maakte.

In 1968 werden twee aula’s gebouwd. Met hun karakteristieke puntdaken en prachtige monumentale glas in lood ramen (van de graficus Jan P.C. van Doorn) vormen de aula’s nog steeds een ‘landmark’ op Moscowa. In 1974 opende Moscowa een crematorium.